Regiezorg vindt het belangrijk dat cliënten veilig zijn en dat signalen van huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling en andere vormen van onveiligheid tijdig worden gesignaleerd en opgevolgd.
Voor zorgaanbieders en jeugdhulpaanbieders is het gebruik van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wettelijk verplicht. Regiezorg beschikt over een actuele meldcode en bevordert binnen de organisatie de kennis en het zorgvuldig gebruik daarvan. De meldcode bevat een afwegingskader en sluit aan op de wettelijke eisen en de professionele normen die voor onze dienstverlening gelden.
Alle medewerkers en professionals die namens Regiezorg werkzaamheden uitvoeren, moeten weten waar de meldcode beschikbaar is, weten hoe zij deze moeten toepassen en handelen binnen hun eigen professionele verantwoordelijkheid. Minimaal 2 keer per jaar zal deze meldcode op de agenda staan in onze overleggen met onze professionals en bij aanvang van de eerste werkzaamheden bij Regiezorg worden overhandigd. Al onze professionals tekenen in hun overeenkomst dat zij kennis hebben van en handelen naar deze meldcodes.
Wanneer daar aanleiding toe bestaat, kunnen wij advies vragen aan Veilig Thuis. In bepaalde situaties kan Regiezorg ook zonder toestemming informatie delen of een melding doen, wanneer dit noodzakelijk is om huiselijk geweld of kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken en daarbij de meldcode wordt gevolgd.
De vijf stappen van de meldcode
Stap 1 – Signalen in kaart brengen
Wij brengen de signalen van mogelijk huiselijk geweld, kindermishandeling of andere vormen van onveiligheid zorgvuldig in kaart.
We leggen relevante feiten, observaties en signalen vast in het cliëntdossier.
Wanneer een volwassen cliënt kinderen heeft of voor kinderen zorgt, wordt waar nodig de kindcheck uitgevoerd. Daarbij wordt beoordeeld of er kinderen betrokken zijn en of hun veiligheid mogelijk in het geding is. De kindcheck maakt onderdeel uit van stap 1 van de meldcode.
Wanneer sprake is van een situatie waarin een cliënt mantelzorg verleent of ontvangt en de veiligheid of belastbaarheid van de mantelzorger of zorgvrager mogelijk onder druk staat, wordt waar relevant ook de mantelzorgverleningscheck betrokken. De IGJ noemt het gebruik daarvan expliciet als onderdeel van haar toezicht.
Stap 2 – Overleggen
Wij bespreken de signalen met een collega, maar in elk geval met de inhoudelijk zorg coordinator. Indien gewenst kan ook een andere daarvoor aangewezen deskundige binnen of buiten Regiezorg worden geraadpleegt.
Bij twijfel of wanneer aanvullende deskundigheid nodig is, kan advies worden gevraagd aan Veilig Thuis.
Het vragen van advies aan Veilig Thuis kan, afhankelijk van de situatie, zonder dat hiervoor vooraf toestemming van de cliënt nodig is.
Stap 3 – In gesprek gaan
Wij bespreken de signalen en zorgen zo mogelijk met de cliënt en andere relevante betrokkenen.
We streven naar openheid en samenwerking en geven de betrokkene de gelegenheid om te reageren en informatie toe te voegen.
Bij het voeren van dit gesprek houden wij rekening met de veiligheid van de cliënt, eventuele kinderen en andere betrokkenen. Wanneer een gesprek de veiligheid ernstig kan bedreigen of om andere zwaarwegende redenen niet verantwoord is, kan van rechtstreeks bespreken van de signalen worden afgeweken. Dit wordt gemotiveerd vastgelegd.
Stap 4 – Wegen van de situatie
Wij beoordelen de aard, ernst en omvang van de signalen en wegen de situatie met behulp van het toepasselijke afwegingskader.
Daarbij kijken wij onder andere naar:
- de ernst en aard van het geweld of de onveiligheid;
- of sprake is van acute onveiligheid;
- of sprake is van structurele onveiligheid;
- de veiligheid van kinderen en andere betrokkenen;
- de mogelijkheden om passende hulp te bieden of te organiseren;
- de bereidheid en mogelijkheid van betrokkenen om aan hulp mee te werken;
- de vraag of aanvullende deskundigheid of opschaling noodzakelijk is.
Bij twijfel kunnen wij opnieuw advies vragen aan Veilig Thuis.
Stap 5 – Beslissen over hulp en melden
In de vijfde stap nemen wij een besluit aan de hand van het afwegingskader.
Daarbij beantwoorden wij twee kernvragen:
- Is hulp verlenen of organiseren mogelijk?
Dit is het geval wanneer passende hulp kan worden geboden of georganiseerd, betrokkenen kunnen en willen meewerken en de hulp naar verwachting leidt tot duurzame veiligheid.
- Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk?
Melden bij Veilig Thuis is noodzakelijk wanneer sprake is van acute of structurele onveiligheid of wanneer passende hulp niet mogelijk is of onvoldoende tot veiligheid leidt.
Een melding bij Veilig Thuis kan daarnaast onderdeel zijn van een bredere aanpak waarbij hulpverlening en veiligheid gezamenlijk worden georganiseerd.
De doorlopen stappen en de gemaakte afwegingen worden zorgvuldig vastgelegd in het cliëntdossier of het daarvoor bestemde registratiesysteem.
Professionele verantwoordelijkheid
Iedere professional binnen Regiezorg heeft een eigen verantwoordelijkheid om signalen van mogelijk huiselijk geweld of kindermishandeling serieus te nemen en de meldcode toe te passen.
De professional handelt binnen de grenzen van de eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid en schakelt tijdig aanvullende deskundigheid in wanneer dat nodig is.
Regiezorg bevordert kennis en gebruik van de meldcode door informatie, instructie, scholing en bespreking binnen de organisatie.
Minimaal 2 keer per jaar zal deze meldcode op de agenda staan in onze overleggen met onze professionals of indien de situatie daar aanleiding toegeeft, tussentijds. Ook bij aanvang van de eerste werkzaamheden bij Regiezorg wordt deze meldcode overhandigd aan onze professionals en tekenen in hun overeenkomst dat zij kennis hebben van en handelen naar deze meldcodes.
Het bestaan van deze meldcode ontslaat een professional niet van de verantwoordelijkheid om bij een acute onveilige situatie direct passende veiligheidsmaatregelen te nemen.
Veilig Thuis
Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
Professionals kunnen Veilig Thuis raadplegen voor advies en ondersteuning bij het beoordelen van signalen en het bepalen van vervolgstappen.
Regiezorg werkt waar nodig samen met Veilig Thuis en andere betrokken professionals en organisaties om de veiligheid van cliënten en hun omgeving te herstellen en te behouden.
Privacy en beroepsgeheim
Regiezorg gaat zorgvuldig om met persoonsgegevens en vertrouwelijke informatie.
Bij het toepassen van de meldcode wordt rekening gehouden met de AVG, het beroepsgeheim en de toepasselijke wettelijke uitzonderingen.
Wanneer informatie noodzakelijk is om huiselijk geweld of kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken, kan de wet onder voorwaarden toestaan dat informatie zonder toestemming wordt gedeeld of dat een melding wordt gedaan. Daarbij wordt de meldcode gevolgd en wordt steeds zo zorgvuldig mogelijk met de belangen van de cliënt omgegaan.
Kwaliteit en leren
Het toepassen van de meldcode maakt onderdeel uit van het kwaliteitsmanagementsysteem van Regiezorg.
Wij evalueren waar nodig het gebruik van de meldcode, signalen en casuïstiek, zodat medewerkers hiervan kunnen leren en onze werkwijze voortdurend kan worden verbeterd.
De IGJ kijkt bij haar toezicht onder andere naar het aanwezig zijn van een meldcode, de kennis daarvan en het daadwerkelijk gebruik van de vijf stappen, de kindcheck, het afwegingskader en – waar relevant – de mantelzorgverleningscheck.
Volledige meldcode
De volledige interne meldcode van Regiezorg, inclusief het afwegingskader, verantwoordelijkheden, registratiewijze en interne procedures, maakt onderdeel uit van ons kwaliteitsmanagementsysteem.
De volledige meldcode kan desgewenst bij Regiezorg worden opgevraagd.
Regiezorg
E-mail: info@regiezorg.com
Telefoon: 06 13 22 51 23
Versie: 1.0
De Jeugdwet; artikel 1.1 zegt dat een calamiteit een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis is die betrekking heeft op de kwaliteit van de jeugdhulp en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een jeugdige of ouder heeft geleid. In het kader van de Jeugdwet heeft Regiezorg de verplichting om een calamiteit (en geweld) tijdens de hulpverlening te melden. Vanuit Regiezorg zullen we ten alle tijden het protocol volgen. De betrokken instelling die een calamiteit niet (dan wel niet onverwijld) meldt, is strafbaar en kan een boete opgelegd krijgen. In de Jeugdwet ( https://www.nji.nl/Jeugdwet) staat wat de wetgever verstaat onder een calamiteit tijdens de hulpverlening.
Regiezorg is verantwoordelijk voor de kwaliteit van hulp en in het verlengde daarvan hebben we ook de verantwoordelijkheid om ons toetsbaar op te stellen wanneer er een calamiteit plaatsvindt die een relatie heeft met de jeugdhulp. Om die reden is het ook logisch dat wij als aanbieder verplicht zijn een calamiteit zelf te melden en niet de gemeente die de hulp heeft ingekocht. Tevens is Regiezorg in het kader van de WMO verplicht calamiteiten of geweld te melden bij de toezichthoudend ambtenaar van de gemeente. In het geval van Regiezorg gaat het over GGD Gelderland-Midden. GGD Gelderland-Midden is door de gemeenten in Gelderland-Midden aangewezen als toezichthouders ambtenaar calamiteiten.
- JEUGD: Melding doen van een calamiteit wordt gedaan bij de inspectie Gezondheidszorg en jeugd (www.igj.nl). Meer informatie leest u hier: https://www.igj.nl/onderwerpen/klacht-of-vraag-over-zorg-of-jeugdhulpverlening
- WMO: Calamiteiten en geweld kunnen gemeld worden via het meldingsformulier. Verzend dit ingevulde formulier naar wmotoezicht@vggm.nl.
- Wilt u een melding doen als cliënt? Dan kunt u dat doen via het Landelijk Meldpunt Zorg.
Regiezorg heeft niet alleen de plicht om pesten en discriminatie te melden, maar hecht er zelf veel waarde aan dat medewerkers en cliënten niet gepest en / of gediscrimineerd worden of zich er zelf schuldig aan maken. Wij voeren hier actief beleid in en zullen dit periodiek in onze overleggen bespreken.
Als er onverhoopt toch signalen bij ons komen over pesten en / of discriminatie, dan zullen wij hier eerst met de betrokkenen over in gesprek gaan. Indien er sprake is van grensoverschrijdend gedrag, dan zullen wij dit direct melden aan de betreffende gemeente. Zij hebben een onafhankelijke stichting (Meldpunt discriminatie en pesten, MDP) en voeren in elke gemeente wettelijke taken uit op het gebied van registratie en bijstand. Zowel medewerkers als cliënten kunnen zich ook rechtstreeks tot het meldpunt wenden voor advies, bemiddeling en voorlichting. De MDP zet zich in voor een integrale aanpak van (weg-)pesten en discriminatie en werkt nauw samen met de politie, Openbaar Ministerie en het maatschappelijk middenveld.
